Inhoud

Goedenacht

U bent hier: Home » Over het KMI » Geschiedenis

De geschiedenis van het KMI

  • 1823

Adolphe Quetelet stelt aan de toenmalige minister van Openbaar Onderwijs voor om te Brussel een Sterrenwacht op te richten.

  • 1826

Het voorstel van Quetelet wordt officieel aangenomen.

  • 1827

De bouwwerken voor de Sterrenwacht vangen aan. Het duurde nog geruime tijd vooraleer de Sterrenwacht met sterrenkundige instrumenten werd uitgerust. Zo komt het dat men zich eerst ging bezighouden met meteorologie, een wetenschap die toen nog op het programma van de meeste sterrenwachten stond.

  • 1833

Begin van de klassieke meteorologische waarnemingen.

  • 1841

Begin van de magnetische waarnemingen (declinatie en inclinatie).

  • 1842

Begin van de actinometrische waarnemingen (waarnemingen i.v.m. straling).

  • 1844

Begin van de waarnemingen van de luchtelektriciteit.België was een van de eerste landen waar men zich officieel met meteorologie bezighield. Quetelet was vrij vlug tot de bevinding gekomen dat de meteorologische en geofysische waarnemingen slechts zin hebben als zij gelijktijdig worden uitgevoerd op internationale schaal. Hij was dan ook een pionier op het gebied van de nauwe samenwerking tussen de verschillende nationale meteorologische diensten.

  • 1874

Overlijden van Quetelet. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Ernest.

  • 1876

Jean Charles Houzeau wordt de nieuwe directeur van de Sterrenwacht.
J.C. Houzeau begon dadelijk plannen te maken voor het overbrengen van de Sterrenwacht van Sint-Joost-ten-Node naar Ukkel en om de sterrenkunde te scheiden van de meteorologie. Dankzij het feit dat de regering hem een belangrijk budget ter beschikking had gesteld, kon hij het personeel verviervoudigen en de wetenschappelijke apparatuur volledig vernieuwen. 

  • 1876, 1 sept.

Het eerste weerbulletin wordt gemaakt, gebaseerd op de analyse van synoptische kaarten.

  • 1883

Houzeau biedt zijn ontslag aan als directeur van de Sterrenwacht. In zijn afscheidsbrief staat o.m.: 'Er bestaat in Europa geen enkele instelling waar zo gevarieerde studies, die in wezen dikwijls dan nog gans verschillend zijn, onder één bestuur zijn samengebracht. Hoe meer de tijd verliep, hoe minder ik mij bekwaam achtte al deze verschillende wetenschappen te kennen.' Houzeau wordt opgevolgd door Folie. Tijdens het directoraat van Folie wordt de Sterrenwacht in Ukkel geïnstalleerd.

  • 1897

Bij het heengaan van Folie was België het enige land in Europa waar de sterrenkunde en de meteorologie nog onder éénzelfde bestuur verenigd waren. De toenmalige regering, die niet wou ingaan op de idee van de scheiding van deze twee wetenschapsdomeinen, aanvaardde de volgende gebrekkige oplossing: de sterrenkunde en de meteorologie zouden onder de bevoegdheid van de Sterrenwacht blijven, als twee afzonderlijke diensten, die elk onder het bestuur van een wetenschappelijk directeur zouden vallen. De wetenschap ging er echter niet op vooruit, vooral de meteorologie niet, die stiefmoederlijk werd behandeld.

  • 1898

A. Lancaster wordt de nieuwe directeur van de Meteorologische Dienst van de Sterrenwacht.

  • 1904

Lancaster stelt voor de Meteorologische Dienst te doen deelnemen aan de internationale lancering van peilballons en zijn voorstel wordt aanvaard.

  • 1906, 5 april

Eerste lancering van een peilballon in Ukkel. België was het tiende land dat deelnam aan de internationale lanceringen van peilballons.

  • 1908

Jean Vincent volgt Lancaster op als wetenschappelijk directeur van de Meteorologische Dienst van de Sterrenwacht.

  • 1909

Begin van de regelmatige lancering van peilballons.

  • 1913, 31 juli

De Meteorologische Dienst van de Sterrenwacht wordt een autonome instelling onder de naam Koninklijk Meteorologisch Instituut van België en Jean Vincent wordt er de eerste directeur van. Met uitzondering van de seismologie en de gravimetrie, die onder de bevoegdheid van de Sterrenwacht bleven, omvatten de opdrachten die aan het KMI werden toevertrouwd al de disciplines die op dat ogenblik deel uitmaakten van de meteorologie en de aardfysica. Dat was niet buitengewoon: dergelijke toestand bestond reeds en bestaat nog steeds in vele landen, zoals Groot-Brittannië en Nederland. Tijdens de vier jaar durende vreemde bezetting was de wetenschappelijke activiteit praktisch onbestaande.

  • 1919

Jules Jaumotte volgt Vincent op als directeur van het KMI.
Het potentieel van het KMI was, tengevolge van de eerste wereldoorlog, sterk verminderd op het ogenblik dat in andere landen, juist omwille van het strategisch en tactisch belang van de meteorologie, de gewenste middelen ter beschikking van de meteorologische instellingen werden gesteld. Aldus kregen deze de kans om nieuwe ideeën, ontstaan door het verbeteren van de waarnemingsmethoden, door een betere organisatie van de waarnemingsnetten en door de enorme vooruitgang van de radioëlektrische transmissies, uit te werken.
Vol ijver en geestdrift en ondanks duizend en één moeilijkheden, reorganiseerde Jaumotte de verschillende diensten van het KMI. Jaumotte was ook de man die in België de frontologie en de nieuwe methode van de synoptische en dynamische meteorologie invoerde.

  • 1923

Jaumotte liet systematisch door de Weer- en Waarschuwingsdienst, die hij volledig op een nieuwe leest schoeide, de methode van de School van Bergen gebruiken.

  • 1927

Het in gebruik nemen van de 'meteorograaf voor peilballons' van Jaumotte maakte het mogelijk de atmosferische storingen 'in real time' in de ruimte en in de tijd te bestuderen. Daarom kan men zeggen dat Jaumotte één van de grondleggers is geweest van de synoptische aërologie.Vóór Jaumotte konden, bij gebrek aan de nodige middelen, de Meteorologische Dienst van de Sterrenwacht en later het KMI, weinig anders doen dan hun verplichtingen van openbare dienst nakomen. Onder impuls van Jaumotte werden de studies en het onderzoek vrij vlug veel belangrijker en droegen bij tot het verbeteren van de openbare dienst. Indien het KMI heden een grote faam geniet, dan is dat vooral te danken aan de traditie van vooruitgang door wetenschappelijk onderzoek die door Jaumotte werd ingevoerd en door al zijn opvolgers als voorbeeld werd genomen.

  • 1940, 1 mei

Het KMI werd gemobiliseerd onder de naam van Meteorologische Dienst van het Leger. Alphonse Van den Broeck volgde Jaumotte op, nadat deze laatste was bezweken aan verwondingen veroorzaakt door het ontploffen van een luchttorpedo. Het Weerbureau werd ontbonden en het personeel ervan werd over de andere diensten verdeeld. De dienst straling kon opgericht worden dankzij het personeel dat nu vrijkwam. Niettegenstaande het feit dat het KMI onderworpen was aan het nauwe toezicht van de bezetter, kon het zich, dankzij de waakzaamheid en de kordaatheid van directeur Van den Broeck, eervol uit deze kiese en soms gevaarlijke toestand redden.

  • 1944

Bij de bevrijding ging het personeel, samen met zijn directeur, dadelijk opnieuw aan het werk. Eens te meer viel alles te herbeginnen want, tijdens de veldtocht van 1940 had het KMI zijn hele wetenschappelijke uitrusting verloren. Tijdens de moeilijke periode die volgde op de bevrijding kon het KMI rekenen op de kostbare en grootmoedige medewerking van het Britse 'Meteorological Office'. Dankzij deze medewerking kon het personeel van het Weerbureau zich opnieuw oefenen in de Meteorologische Afdeling van de RAF, die op dat ogenblik instond voor de meteorologische bescherming en kon in Ukkel spoedig een station voor radiosondepeiling worden opgericht, en werd op 29 maart 1945 de eerste radiosonde gelanceerd.

  • 1951

De heer Edmond Lahaye volgt de heer Van den Broeck op als directeur.

  • 1956

Inhuldiging van het Centrum voor Geofysica te Dourbes.

  • 1958

Inhuldiging van de nieuwe gebouwen van het KMI te Ukkel. Op initiatief van de heer Van Mieghem, die de volle steun van zijn directeur kreeg, werden een afdeling 'Atmosferische Chemie en Luchtradioactiviteit' en een Rekencentrum opgericht. Dit rekencentrum beschikte over een krachtige elektronische computer, waarmee het KMI één van de eerste meteorologische diensten werd waar dagelijks numerieke voorspellingen werden verricht.

  • 1962

De heer Van Mieghem volgt de heer Lahaye op als directeur. Hij voerde de regelmatige ozonpeilingen in, alsook de dagelijkse ontvangst van de waarnemingen afkomstig van meteorologische satellieten. Tevens richtte hij een afdeling 'Hydrologie' op.

  • 1970

A. Vandenplas wordt directeur. Tijdens zijn ambtsperiode richtte de heer Vandenplas de autonome groep 'Diffusie en Luchtverontreiniging' op (1974) en kregen de drie instituten die gevestigd zijn op het Plateau van Ukkel een gemeenschappelijk rekencentrum (1977).

  • 1979

De heer R. Sneyers wordt directeur a.i.

  • 1985

De heer H. Malcorps wordt directeur

 
  • 1987 : Het KMI verkrijgt beheersautonomie dewelke haar toelaat om op een efficiënte manier om te gaan met de middelen die haar ter beschikking worden gesteld. Dit biedt aan het personeel de mogelijkheid om ten volle te genieten van de mogelijkheid om initiatieven te nemen.
  • 1992 : Het KMI installeert een systeem dat toelaat om elke impact van een bliksemflits te lokaliseren over België in rëelle tijd met een precisie van ongeveer 1 km. Dit systeem levert ook een resem informatie over de eigenschappen van elke bliksemflits op de aarde. Dit systeem draagt de naam ‘SAFIR’ (bliksemalarmsysteem via interferometrische radio-electriciteit)
  • 1993 : Het KMI lanceert een zeer eenvoudige toegankelijkbare meteorologische gegevensdatabank via een computer: MeteoBBS. Dit systeem laat toe om satellietfoto’s, beelden van meteorologische radars, SAFIR kaarten, de verschillende waarnemingen en de meteorologische voorspellingen en waarschuwingen te visualiseren.
  • 1993 : Creatie van het centrum voor ruimte-teleoperatie van het KMI. Op 9 april 2003 had de lancering van het Amerikaanse ruimteveer Discovery plaats met aan boord de  missie Atlas 2. Het doel van deze zendingen is enerzijds om de planeet aarde en haar atmosfeer te bestuderen en alsook de invloed van de zon op deze atmosfeer. Het experiment SOLCON, bedacht door het KMI met het oog om de zonneconstante te meten, werd ontworpen aan boord van dit ruimteveer. Als grote première werd dit experiment geleid vanaf het plateau te Ukkel, door de KMI wetenschappers, die in reëlle tijd de apparatuur aan boord van het ruimteveer bestuurden door opdrachten te sturen via de Marshall Space Flight Centre (Huntsville, Alabama).
  • 1994 :Internationale workshop te Dourbes. Een zestigtal experten in aardmagnetisme van over de hele wereld vergaderden in het Geofysisch centrum van het KMI te Dourbes teneinde hun werk en instrumenten met elkaar te vergelijken. Het geomagnetisch observatorium van Dourbes behoort tot één van de 100 belangrijkste observatoria in de wereld.
  • 1994 : Verwerving van een cryogenische magnetometer dankzij de subsidies van de Nationale Loterij. Deze apparatuur laat toe om magnetische metingen te doen van licht magnetisch verrijkt gesteente. De onderzoekers van het KMI brengen dankzij dit goed presterende werktuig een belangrijke bijdrage tot de algemene kennis over de geschiedenis van de aarde en over de evolutie van het klimaat ervan.
  • 1995

De Meteosat satelliet. Gesitueerd op 36.000 km van de aarde stuurt deze satelliet elk half uur zijn waarnemingen door. Dit pluspunt maakt van hem dé meteorologische satelliet bij uitstek daar hij toelaat om atmosferische verschijnselen op grote en middelmatige schaal te volgen waarvan de evolutie in de loop van de tijd heel snel kan veranderen.

  • 1995: Begin van de activiteiten van EUMETNET. Dit is een samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese nationale meteorologische diensten (waaronder het KMI) die zich tot doel stelt om een gezamenlijke expertise uit te bouwen op het gebied van weer, klimaat, milieu en aanverwante activiteiten.
  • 1996 : Begin van de ECOMET activiteiten. De nationale Europese meteorologische instituten beslissen om heel nauw samen te werken door hun gegevens en producten meer toegankelijk te maken met het vooruitzich op de transnationale commerciële activiteiten. Zij creëren daarom een economische belangengroep ECOMET genaamd waarvan de zetel in de lokalen van het KMI gevestigd is.
  • 1996 : Waarneming van een zeer sterke ozonconcentratie in de onderste atmosfeerlaag over West-Europa gedurende de zomer van 1996. Het niveau van 180 microgram per vierkante meter werd geregeld bereikt. Dit verschijnsel verschijnt meer en meer de laatste jaren en lijkt duidelijker te worden tijdens de laatste twintig jaren. Dit blijkt onder andere uit de peillingen dat het KMI uitvoert sinds 1969.
  • 1996 : Het KMI op Internet. Op onze website kan u natuurlijk de meteorologische weersverslagen vinden alsook andere interessante rubrieken.
  • 1996 : « Opendeurdagen» ter gelegenheid van het tweehonderdjarige jubileum van de geboorte van de heer Adolphe Quételet. Het plateau te Ukkel verwelkomt meer dan 20.000 bezoekers.
  • 1997: Het KMI zet de numerieke weersvoorspelling voort door te deel te nemen aan het internationale ALADIN project. De onderzoekers van het KMI leiden de ontwikkeling van het hoog resolutie voorspellingsmodel Aladin-Belgique, gericht op België, met het doel om de regionale voorspellingen met een termijn van twee dagen te verbeteren.
  • 1998 : de eerste operationele voorspellingen met behulp van het ALADIN-België model worden in februari gelanceerd.
  • 1999 : Het KMI wordt grondig gereorganiseerd en neemt een nieuwe organisatievorm aan gebaseerd op het « Performance Management », dat ervoor moet zorgen om zich gemakkelijker aan te passen aan een veranderende omgeving.
  • Een algemene visie ontstaat: « een betrouwbare dienstverlening aan het publiek en de overheid, gebaseerd op onderzoek, innovatie en continuïteit ».
  • 1999

Samenwerking met de weersvoorspellers van het KMI en de Zwitserse meteorologen om met succes de Breitling Orbiter 3 ballon te gidsen in zijn non-stop vlucht rond de wereld. De ballonvaarders Bertrand Piccard et Brian Jones sluiten hun eerste non-stop ballonvlucht boven Mauretanië, na 42 810 km te hebben afgelegd in 19 dagen. Hun rondreis werd beëndigd na 20 dagen, nadat de Breitling Orbiter 3 , die opgestegen was op 1 maart in het kleine dorpje Chateau d’Oex in Zwitserland, neerstreek in Egypte.

  • 2000 : Een meteorologische radar te Libramont. Dankzij de kredieten van de Nationale Loterij en de bijdragen van de Regie der Gebouwen door de eigen middelen vrijgemaakt door het KMI kan het Instituut opnieuw een radar in België installeren. De eerste radar van het KMI die begin van de jaren zestig in dienst trad moest na 17 jaar dienst afgebroken worden. Deze nieuwe radar meet de hoeveelheid van alle soorten neerslag in een straal van 80 kilometer rond de plaats van inplanting. Dit verzekert een quasi reëlle opvolging van de hoeveelheid neerslag die valt boven de belangrijkste Ardeense rivieren. De radar zal in 2001 operationneel verklaard worden.
  • 2001 : Inhuldiging van het meteorologisch station te Zeebrugge geleid door het KMI voor rekening van de Vlaamse Gemeenschap.
  • 2002: Lancering van de eerste Meteosat satelliet van de tweede generatie. De radiometer (SEVIRI) aan boord van deze satelliet geeft om de 15 minuten beelden van het aardoppervlak in 12 spectrale kanalen, met een horizontale resolutie van 1 km (tegenover 3 beelden om de 30 minuten en een horizontale resolutie van 2,5 km bij de geostationaire satellieten van de eerste generatie). Een tweede instrument (GERB) aan boord van deze satellieten meet de gereflecteerde zonnestraling en de thermische straling van de aarde. Het KMI speelt een belangrijke rol bij de uitwerking van de metingen van dit instrument.
  • 2002 : Het KMI begeleidt de eerste enkele ballonvlucht rond de wereld. In juni en in het begin van de maand juli verzekeren twee meteorologen van het KMI de weersvoorspellingen voor de eerste non-stop ballontocht rond de wereld die tevens met succes werd gerealiseerd door de ballonvaarder Steve Fossett.
  • 2005 : Door de Copernicushervorming en na het succesvolle welslagen betreffende de knowhow in verband met Manangement wordt Dr Henri Malcorps, Algemeen Directeur van het KMI.
  • 2006 : Temperatuurrecord in België. Sinds het begin van de regelmatige klimatologische waarnemingen te Ukkel – Brussel in 1833, situeren de 12 warmste jaren zich in de laatste twintig jaar en 2006 verslaat het vorige reccord waargenomen in 1989.
  • 2006: Lancering van de eerste Europese polaire weersatelliet. Deze wentelt om de aarde op een hoogte van ongeveer 800 km. Naast zeer gedetailleerde beelden van het aardoppervlak zal deze satelliet ook informatie leveren over profielen van temperatuur en vochtigheid in de atmosfeer, naast diverse informatie die van groot wetenschappelijk belang is, onder andere voor studies van het klimaat.

 

 

Waarschuwingen


Geen waarschuwingen

Nieuwsbrief